Kareltje en Hinkelien staan op het dak van de eerste wagen. De Stoet wordt getrokken door vier gigantische ossen.
Mijn samenvatting
(‘Kleine’, niet ‘Kromme’) Kareltje trekt met zijn ouders in hun woonwagen – de dokterswagen – rond met De Stoet, een bont gezelschap (met verder nog een bakkerswagen, een meubelwagen, een kippenwagen en meer…). Zijn beste vriendin Hinkelien en haar ouders wonen in de theaterwagen.
Hun volgende bestemming is het dorp Maskerade, waar ze een toneelstuk gaan opvoeren en waar Kareltjes ouders patiënten kunnen behandelen. Kareltje zelf mag zich van hen nooit ergens mee bemoeien (al weet hij inmiddels dondersgoed hoe hij o.a. om moet gaan met naald en hechtdraad en dat ook héél graag toepast) en moet zichzelf maar zien te vermaken.
Als hij en Hinkelien ontdekken dat er een vreselijke pestkop in het dorp woont, besluiten ze deze Brand een koekje van eigen deeg te gaan geven… Continue reading






